BELEIDSPLAN OUDHEIDKUNDIGE VERENIGING “MEDENBLICK”

Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit beleidsplan mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het Dagelijks Bestuur van de Oudheidkundige Vereniging “Medenblick”.

Inhoudsopgave

1   Inleiding

2   Het bestuur

3   Statutaire doelstelling van de vereniging en hoe dit doel wordt bereikt

4   Overige activiteiten

5   De vertegenwoordiging van de vereniging in externe overleggroepen

6   De huisvesting

7   De financiën

8   Het belang van vrijwilligers

9   Toekomstige ontwikkelingen

10  Knelpunten en mogelijke oplossingen

11  Verwachtingen voor de toekomst

12  Slot

  1. Inleiding

De Oudheidkundige Vereniging “Medenblick” is opgericht op 30 november 1962. In 2022 bestond de vereniging dan ook maar liefst 60 jaar!

De contributie per adres voor 2 personen bedraagt € 25,= per jaar.

Het bestuur heeft een beleidsplan opgesteld, waarin niet alleen wordt beschreven welke activiteiten de vereniging nu uitvoert en welke knelpunten zij daarbij ervaart, maar waarin ook wordt aangegeven wat de wensen voor de toekomst en de daarbij eventueel te nemen obstakels zijn. Dit om een langdurig bestaan van de vereniging te kunnen waarborgen.

  1. Het bestuur

Het bestuur is thans als volgt samengesteld:

  • J. Pronk, voorzitter;
  • T.N. Gieling, penningmeester;
  • J. Boekel, secretaris;
  • M. Raat, vice-voorzitter
  • J. Bos, lid;
  • J. Voorthuijzen, aspirant-lid;

In de statuten van de vereniging is bepaald, dat elk bestuurslid uiterlijk 3 jaar na zijn benoeming aftreedt volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreden. Dit rooster dient zodanig te zijn opgesteld, dat onder de af te treden bestuursleden zich telkenmale één bestuurslid uit de kring van voorzitter, secretaris en penningmeester bevindt.

Aftredende bestuursleden zijn herkiesbaar. Hierbij moet worden aangetekend, dat in dat geval ook andere leden van de vereniging – op voordracht van ten minste 10 leden – door de algemene vergadering kunnen worden benoemd ter vervulling van de vacatures.

  1. Statutaire doelstelling van de vereniging en hoe dit doel wordt bereikt

Volgens de bij notariële akte van 6 maart 2002 doorgevoerde wijziging van de statuten heeft de vereniging tot doel de bevordering van de kennis en de belangstelling voor het verleden en heden van Medemblik en omstreken, alsmede het behoud van al die zaken die van historische, esthetische en / of stedenbouwkundige betekenis zijn.

In de praktijk hebben de activiteiten van de vereniging in hoofdzaak betrekking op (de oude stad) Medemblik zelf. In de andere kernen van de gemeente Medemblik functioneren namelijk onze diverse zusterverenigingen.

De statutaire doelstelling van de vereniging wordt nu onder meer bereikt door:

  • het organiseren van minimaal 4 lezingen per jaar;

De lezingen, die sinds 2017 worden georganiseerd in verenigingsgebouw “Sint Pieter” aan de Ridderstraat, hebben ofwel betrekking op Medemblik zelf (bijvoorbeeld de lezingen over de rondwandeling in Medemblik in de Gouden Eeuw en over de tuinbouwveilingen in Medemblik) of op gebeurtenissen of ontwikkelingen in de regio of zelfs in Nederland, die invloed hadden op het leven in Medemblik (bijvoorbeeld de lezingen over de luchtoorlog boven West-Friesland, over het ontstaan van het Westfriese landschap en over de industrialisatie en veranderend Medemblik).

  • het organiseren van tentoonstellingen in de expositieruimte bij Lodge61 aan de Brakeweg 61 in Medemblik;

In deze ruimte zijn exposities in vitrines ingericht, waar voorwerpen en bodemvondsten, die afkomstig zijn uit de oude stad van Medemblik, worden geëxposeerd.

  • het jaarlijks aan het einde van het jaar uitgeven van de Jaaruitgave;

Deze uitgave, die interessante en lezenswaardige artikelen over de geschiedenis van Medemblik, haar inwoners en het verenigingsleven bevat, kwam in 2017 voor de 25e keer uit. Een jubileum om trots op te zijn!  Verantwoordelijk voor de Jaaruitgave is de redactiecommissie, die jaarlijks ongeveer 8 keer bijeenkomt.

  1. Overige activiteiten van de vereniging

De vereniging heeft een eigen website (www.okv-medenblick.nl), waarop actuele informatie over de vereniging en haar activiteiten is te vinden. Zo staan hierop bijvoorbeeld het laatste verenigingsnieuws, het programma van de lezingen en de openingstijden van de expositieruimte. Ook heeft de vereniging een eigen facebook- en Instagrampagina.

Buiten de in hoofdstuk 3 genoemde activiteiten worden door de vereniging ook nog stadswandelingen door het historisch gedeelte van Medemblik georganiseerd. Deze  rondleidingen voor groepen tot maximaal 15 personen – waarvoor groepen uit heel Nederland zich aanmelden – duren ongeveer 1½ tot 2 uur. Nadere informatie hierover kan worden gevonden op de website.

Daarnaast worden door bestuursleden op verzoek presentaties verzorgd op basisscholen over historische thema’s, die op dat moment in de lessen aan de orde zijn en worden schoolklassen rondgeleid in de expositieruimte.

Tevens neemt de vereniging jaarlijks actief deel aan de Open Monumentendag.

De vereniging probeert er ook voor te zorgen, dat karakteristieke historische en beeldbepalende elementen, die in verval zijn geraakt of dreigen te raken, weer de aandacht krijgen die zij verdienen.

Ten slotte fungeert de vereniging als vraagbaak voor vragen van een ieder, die iets meer wil weten over de historie van Medemblik of over zijn of haar eigen verleden. Zo wordt op dit moment hard gewerkt aan het digitaliseren van de door wijlen ir. Teeling verzamelde gegevens over koop- en verkooptransacties uit het verleden. Belangstellenden kunnen aan de hand van dit systeem gegevens over namen en soms ook adressen van betrokkenen achterhalen.

  1. De vertegenwoordiging van de vereniging in externe overleggroepen

De vereniging is ook naar buiten toe werkzaam. Zo is zij vertegenwoordigd in de Stichting Stadsherstel Medemblik en in de werkgroep Huis van de Stad.

  1. De huisvesting

Tot en met 2023 maakte de vereniging gebruik van 3 panden: het voormalige stadhuis aan de Dam, het poortgebouw en de zolderruimte van het voormalige Weeshuis in de Torenstraat. Door de verkoop van deze panden is een deel van de collectie opgeslagen bij de opslagruimte van het Bakkerijmuseum en de opslagruimte bij de Nijverheidsweg in Medemblik. Het overige deel van de collectie wordt geëxposeerd bij Lodge61 aan de Brakeweg 61 in Medemblik.

Op de zolderruimte van dit gebouw bevinden zich verder het archief en de bibliotheek van de vereniging, en de opslag van voorwerpen, die tijdelijk niet geëxposeerd kunnen worden en van voorwerpen die door derden aan de vereniging zijn geschonken.

De vergaderingen het bestuur worden in beginsel elke 1e maandag van de maand gehouden en vinden plaats bij het verenigingsgebouw Sint Pieter In de Ridderstraat.

  1. De financiën

De belangrijkste inkomstenbron van de vereniging is de door de leden verschuldigde contributie. Andere inkomstenbronnen zijn – maar dat in veel mindere mate – de opbrengsten  van de door de vereniging georganiseerde stadswandelingen, de bijdrage voor de toegang tot het Stadsmuseum en de toegangsprijs die niet-leden moeten betalen voor het bijwonen van de lezingen.

Van de inkomsten en uitgaven van de vereniging wordt jaarlijks een financieel jaarverslag gemaakt door de penningmeester. Een en ander wordt gecontroleerd door een onafhankelijke kascommissie, die jaarlijks wordt benoemd door de algemene vergadering en die bestaat uit twee leden van de vereniging, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.

Het meest recente financiële jaarverslag kan worden geraadpleegd op de website van de vereniging.

Sinds 1 januari 2014 is de vereniging officieel aangewezen als culturele ANBI-instelling (d.i. een algemeen nut beogende instelling). Dit betekent, dat giften aan onze vereniging fiscaal aftrekbaar kunnen zijn.

  1. Het belang van vrijwilligers

Alle functies bij de vereniging worden ingevuld door onbezoldigde vrijwilligers. Het belang van vrijwilligers voor het (voort)bestaan van de vereniging kan dan ook niet genoeg worden benadrukt.

  1. Toekomstige ontwikkelingen

De belangrijkste ontwikkeling, die de vereniging direct raakt, is de ontwikkeling van het plan “Medemblik – Kop Nieuwstraat”. Dit plan betreft de herontwikkeling van de voormalige stadhuislocatie aan de Dam 4 te Medemblik. Graag zou de vereniging weer gebruik maken van dit gebouw voor haar exposities.

Binnen de grenzen van de gemeente Medemblik zijn maar liefst 12 historische verenigingen actief. Aangezien het belang van het gezamenlijk optrekken ook bij onze zusterverenigingen steeds meer wordt ingezien, heeft een van deze verenigingen het initiatief ontwikkeld om te komen tot een eerste gezamenlijk overleg. Wij hebben eind vorig jaar laten weten dit initiatief van harte te ondersteunen en deel te zullen nemen aan dit overleg. Naar wij hoopten, zou dit een eerste aanzet, niet alleen tot intensivering van de contacten, maar ook tot verbetering van de samenwerking tussen verenigingen onderling zijn. Helaas hebben wij inmiddels moeten constateren, dat de reacties van andere verenigingen op dit initiatief minimaal waren. Wij vragen ons dan ook af, of een en ander nog wel een vervolg krijgt.

  1. Knelpunten en mogelijke oplossingen

Knelpunten, die de vereniging ervaart, zijn:

  1. het tot nu toe ontbreken van aandacht en betrokkenheid in brede zin van de gemeente voor de plaatselijke cultuurhistorie in zijn algemeenheid en daarmee voor de activiteiten van de vereniging in het bijzonder.

In de gemeentebegroting voor 2018 wordt slechts aangegeven, dat de gemeente een brede cultuuraanpak – waar ook de musea onderdeel van zijn – gaat realiseren, zodat de inwoners toegang hebben tot de culturele voorzieningen. V.w.b. de musea heeft deze aanpak echter geen betrekking op onze expositieruimte.

Juist omdat de vereniging ook bijdraagt aan (de voorzieningen voor) het toerisme in Medemblik betreurt zij het ontbreken van deze aandacht en betrokkenheid van de gemeente.

Opgemerkt moet worden, dat de raad van de gemeente Medemblik in zijn vergadering van 9 november 2017 een door de overgrote meerderheid van de in de gemeenteraad vertegenwoordigde partijen ingediende motie heeft aangenomen, waarin burgemeester en wethouders wordt verzocht in 2018 – als onderdeel van de nog te ontwikkelen cultuurnota – een brede erfgoedvisie voor te leggen aan de raad.

Ook historische verenigingen worden hier bij betrokken. Een eerste informatieve bijeenkomst daarover heeft inmiddels plaats gevonden. Dit zou een stap in de goede richting kunnen zijn, zij het dat – gelet op de discussies tijdens deze bijeenkomst – de gemeenteraad zijn ambitieniveau ter zake dient te baseren op de financiële en personele middelen, die hij hiervoor beschikbaar wil stellen.

  1. het alleen substantieel financieel ondersteunen van de 3 grote musea door de gemeente, t.w. Kasteel Radboud, het Bakkerijmuseum en het Stoommachinemuseum.
  2. de kwetsbaarheid van de vereniging, waar het gaat om vrijwilligersfuncties. In geval van vacatures is het – omdat het om onbezoldigde vrijwilligersfuncties gaat, die toch een aardig beslag op de tijd van de bestuursleden leggen – in geval van vacatures in het bestuur vaak heel lastig is om geschikte jongere vervangers te vinden; dat kan in de weg staan aan verjonging van het bestuur en daarmee aan vernieuwing van de vereniging.

Wat geldt voor de bestuursfuncties geldt ook voor de andere functies binnen de vereniging, zoals de coördinatoren, toezichthouders en suppoosten.

  1. de onvoldoende ontsluiting van de bij de vereniging aanwezige bronnen voor de leden van de vereniging en andere belangstellenden. De vereniging bezit onder andere een uitgebreide collectie literatuur over de historie van Medemblik en een uitgebreide verzameling oude ansichtkaarten over Medemblik.

Op dit moment kunnen leden van de vereniging en andere belangstellenden niet zelf nagaan welke bronnen de vereniging nu precies  beschikbaar heeft. Om dat wel mogelijk te kunnen maken, zou deze inventarisatie (digitaal) ontsloten moeten worden. Dit vergt de nodige menskracht en tijd, die op dit moment ontbreekt.

  1. de onvoldoende toestroom van jongeren als lid van de vereniging. Geconstateerd moet worden, dat het ledenbestand van de vereniging voor het merendeel bestaat uit personen in de leeftijdscategorie vanaf 40 jaar. Bij uitzondering besluiten jongeren in de leeftijdscategorie van 30 tot 40 jaar lid van onze vereniging te worden. Waar dit nu precies aan ligt en of dit alleen voorkomt bij onze vereniging, hebben wij niet onderzocht. Om daar inzicht in te krijgen en daarbij ook te onderzoeken welke mogelijkheden de sociale media bieden, zou er menskracht, tijd en geld vrij moeten worden gemaakt. Maar die ontbreken op dit moment helaas.

Mogelijke oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten zijn:

  1. meer aandacht en betrokkenheid van de gemeente voor de plaatselijke cultuurhistorie en daarmee voor de activiteiten van de historische verenigingen Dit zou naar de mening van de vereniging – als in ieder geval de politieke wil daarvoor aanwezig is – betrekkelijk eenvoudig kunnen worden opgelost. Zo zou hier namelijk om te beginnen in de gemeentebegroting en het op basis daarvan door de gemeente te voeren beleid veel meer aandacht aan kunnen worden besteed dan tot nu toe het geval is. De aanzet, die inmiddels is gemaakt tot het opstellen van een erfgoedvisie, kan wat dat betreft een eerste stap in de goede richting zijn.
  2. het beschikbaar stellen van financiële middelen door de gemeente voor de activiteiten van de historische verenigingen. Waarom de gemeente wel substantiële subsidies toekent aan de 3 grote musea en op geen enkele wijze historische verenigingen en de door hen geëxploiteerde musea financieel ondersteunt, is niet alleen de vereniging, maar ook andere op dit gebied werkzame instellingen, een groot raadsel. Dit terwijl al deze organisaties toch ook bijdragen aan de bevordering van het toerisme in Medemblik. De toename van de aandacht en betrokkenheid van de gemeente voor de activiteiten van de historische verenigingen zou ook gepaard moeten gaan met het bieden van enige financiële ondersteuning. Dat zou kunnen door de subsidieregels te verruimen.
  3. meer financiële armslag voor de vereniging zou er ook toe kunnen leiden, dat een aantal andere gesignaleerde knelpunten kan worden opgelost Het bieden van meer financiële armslag aan de vereniging zou er ook toe kunnen leiden, dat het bijvoorbeeld makkelijker wordt om de onder 3 tot en met 6 genoemde knelpunten op te lossen.
  1. Verwachtingen voor de toekomst

Met dit beleidsplan hopen wij een aanzet te hebben gegeven tot de erkenning van het belang van de rol van de vereniging, niet alleen van de kennis en de belangstelling van de inwoners van onze gemeente voor het verleden en heden van Medemblik en omstreken, maar ook voor de bevordering van het toerisme en de recreatie in de kern Medemblik. Daarnaast hopen wij, dat dit plan zal bijdragen aan de stabiliteit van onze vereniging, waarbij wij ons er terdege van bewust zijn dat er ook grenzen aan de groei van onze vereniging zitten.

  1. Slot

In dit beleidsplan zijn de activiteiten, die de vereniging uitvoert, beschreven. Daarbij is aandacht besteed aan de knelpunten, die daarbij worden ervaren en aan de mogelijke oplossingen daarvoor. Duidelijk is, dat de vereniging niet alle knelpunten zelf kan oplossen, maar daarbij de hulp en ondersteuning van andere organisaties en / of instellingen nodig heeft. In overleg met die organisaties zullen wij waar mogelijk van de daarvoor bestemde mogelijkheden gebruik maken. Want wij willen niet, dat wat de vereniging tot nu toe heeft bereikt voor niets is geweest.